Amputatie is voor de geamputeerde altijd een ernstig trauma, niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk. Naast het verlies van de functies van het orgaan of lichaamsdeel is een amputatie namelijk ook erg zichtbaar en roept sterke emoties bij anderen op. En ook bij niet-direct zichtbare amputaties is er bij de getroffene sprake van een groot en pas in een vaak jarenlang rouwproces te verwerken verlies.

Als een lichaamsdeel is geamputeerd, volgt er meestal een verwijzing naar een revalidatiearts. Deze gaat samen met de patiënt kijken wat voor beperkingen de amputatie tot gevolg heeft. Aan de hand daarvan gaat de revalidatiearts een behandelplan opstellen en de patiënt door de revalidatie begeleiden met ondersteuning van een revalidatieteam. In de beginfase zal vooral geleerd worden om omgaan met de stomp (wondgenezing en eenhandigheidstraining bij armamputaties en rolstoeltraining bij beenamputaties), dit omdat er altijd ook zonder kunstledemaat (prothese) gefunctioneerd moet kunnen worden om niet afhankelijk te worden van een prothese. Later kan worden gekeken welke functies van het ontbrekende ledemaat een prothese over kan overnemen. Hierbij moet beseft worden dat een prothese echter slechts voor een deel de functionaliteit van het lichaamsdeel kan benaderen.
(Bron: WikiPedia)